klik hier om u te abonneren via de RSS-feed

Van overbodige, uitstervende managers en zelfsturende, productieve medewerkers

Geplaatst door Kees op 03-08-2010
wat mij in leven en werk bezig houdt > organisatie vragen

 

Mijnheer Jansens is weer klant 

Aan het tijdschrift Slow Management ontleent Kuiken het inspirerende voorbeeld van Buurtzorg Nederland. Een organisatie, die het primair proces tussen de zorg-verlener en de zorg-ontvanger weer centraal stelt.

“Mijnheer Jansens is hoogbejaard. Hij woont nog zelfstandig in een bovenwoning aan een van de grachtjes in de Amsterdamse binnenstad. Met ondersteuning van thuiszorg, dat wel. (...) Mijnheer Jansens werd een beetje onrustig van al die verschillende mensen die bij hem over de vloer kwamen: voor wassen en aankleden iemand, voor medische zorg een verpleegkundige en voor het smeren van de boterham weer iemand anders. Allemaal even vriendelijk hoor, maar ze hadden allemaal zo’n verschrikkelijke haast. (...) Tegenwoordig komt er meestal maar één mevrouw. Zij doet alles, van wassen en aankleden tot wondverzorging en zelfs een afwasje als het er staat. Deze mevrouw neemt de tijd, drinkt rustig een kopje koffie met mijnheer Jansens en vraagt hoe het met hem gaat. Dat vindt hij fijn, hij wordt er rustig van. Het gaat een stuk beter met mijnheer Jansens.” (16)
“Bij Buurtzorg doen de verpleegkundigen alles zelf: van wassen en aankleden tot wondverzorging en het aansluiten van morfinepompen. (...) Dat geeft rust voor de cliënt, maar bespaart de verpleegkundigen bovendien veel reistijd en de organisatie coördinatiekosten. op het kantoor van Buurtzorg Nederland in Almelo werken naast Jos de Blok slechts vijf vrouwen die de gehele administratie van de organisatie van inmiddels ruim achttienhonderd medewerkers voor hun rekening nemen. Mede mogelijk gemaakt door een ingenieus IT-systeem, waarmee de verpleegkundigen zelf hun urenadministratie, rooster, agenda en andere zaken kunnen bijhouden.” (19/20)

Einde van de organisatie zoals wij die kennen

Kuiken voorspelt het einde van de organisatie zoals wij die kennen. Daarmee bedoelt hij het einde van de organisatie dat voortdurend kiest voor grootschaligheid met het oog op efficiency, hebzuchtig gaat handelen en in overmoed cruciale fouten maakt. Deze organisatie lijden aan obesitas en zijn volgens Kuiken ten dode opgeschreven. Het zijn organisaties waarin de belangen van de organisatie prevaleren boven de belangen van medewerkers en cliënten. Ik zou zeggen, in dat soort organisaties zijn (het belang van) de manager een synoniem van (het belang van) de organisatie geworden. De menselijke maat is zoek. Collins schrijft daar rake dingen over.


Symptomatisch


Als Kuiken in deel 1 van zijn boek de symptomen van de zieke organisatie (obesitas) beschrijft, geeft hij alvast zijn visie op de nieuwe organisatie, die in het tweede deel aan bod zal komen.
In een gezonde organisatie is geloof in het primair proces aanwezig en kiest men voor kleinschaligheid. De professionals of uitvoerders in het primair proces hebben veel invloed en macht over de uitvoering. Ze krijgen vertrouwen, vrijheid en zelfstandigheid en laten betrokkenheid en verantwoordelijkheid zien. De directie ondersteunt de ontwikkeling van alle betrokkenen (vooral klanten en medewerkers) en voert een strategie die past bij de idealen (doelen) van de organisatie. Een zieke organisatie is in alles het tegendeel van een gezonde organisatie.

Een citaat van Margaret Wheatley wil ik hier graag memoreren: “De zaken die we het meeste vrezen in een organisatie - fluctuaties, verstoringen en onevenwichtigheden - zijn de primaire bron van creativiteit.” (69) Ruis mag in een gezonde organisatie!

Hoe zal de nieuwe organisatie er dan uitzien?


Kuiken besteedt er deel 2 van zijn boek aan. Gelukkig schrijft hij vlot, dus het inhoudelijk overbodige deel 2 laat zich makkelijk lezen. Hij geeft enkele voorbeelden van bedrijven waar aspecten van de nieuwe organisatie zichtbaar zijn. Zoals organisaties die zich voortdurend ontwikkelen, leren van fouten, innovatief zijn en bevoegdheid tot het nemen van besluiten zo laag mogelijk leggen. Interessant leesvoer ook al is het niet nieuw.

Kuiken sluit af met de kenmerken van de nieuwe organisatie: begin met het doel, ver-plat de organisatie, laat de uitvoering aan de uitvoerder, geef de uitvoerder de middelen, spreek elkaar aan op verantwoordelijkheden, wees streng aan de poort en kies voor intelligent leiderschap.

Bezwaren 


Mijn eerste bezwaar tegen het concept van Kuiken is dat hij een tegenstelling presenteert, die dat bij nader inzien niet blijkt te zijn. Een oude/zieke organisatie (deel 1 van zijn boek) is niet het tegenover van een nieuwe/gezonde organisatie (deel 2) wat mij betreft. Als ik de voorbeelden en argumenten die hij geeft goed begrijp gaat het hem eerder om zieke versus gezonde bedrijven. Hij maakt volgens mij de fout om oud en ziek en jong en gezond op één hoop te gooien. Te simpel zwart wit schema gebruikt.

Mijn tweede bezwaar is gegeven met het denken in karikaturen. De manager is fout en een incompetente bemoeial. Moet wegwezen. De zelfsturende medewerker is een competente professional, dus goed. Oude organisaties zijn per definitie ziek.

Mijn derde bezwaar is dat het boek de pretentie heeft de toekomst te kunnen voorspellen en sociaal wenselijke idealen over menselijke maat (et cetera) tot norm verheft. In de toekomst zullen alle fijne dingen normaal zijn. Het klinkt heel sympathiek, dat wel.

Mijn vierde bezwaar is dat Kuiken vooral literatuur onderzoek heeft gedaan en wat gesprekken voerde naar aanleiding daarvan. Journalistiek is het verantwoord. Voor de krant of een weekblad prima, maar in boekvorm stelt het niveau me teleur. Na Jeroen Smit en Jim Collins (om er maar een paar te noemen) verwacht ik misschien ook wel teveel.

Bij zijn laatste kenmerk (een intelligente top) komt mijn vijfde bezwaar. Kuiken wil niet bijdragen aan de discussie management versus leiderschap. De conclusie na ruim 200 bladzijden vind ik uitermate laf en curieus.
Over het laatste kenmerk: “Intelligent leiderschap, zou je kunnen zeggen, maar dan met de nadruk op het eerste deel.”
De manager mag blijven: “Misschien is er dan toch nog een beetje hoop voor sommige managers. Een mooie gedachte om mee af te sluiten.” (212)

Ben Kuiken, “De laatste manager. Een pleidooi voor vrijheid, gelijkheid en ondernemerschap.” 

Zijn blog

Laatst vernieuwd: 08-03-2013 om 11:52

Terug