klik hier om u te abonneren via de RSS-feed

Ton van der Lee woont en werkt in Afrika.

Geplaatst door Kees op 12-06-2009
wat mij in leven en werk bezig houdt > persoonlijk

Ik las het boek omdat ik op de achterflap een interessante aanbeveling van de uitgever las: Ton van der Lee ondernam een tocht van Kaapstad naar Cairo, op zoek naar Afrikaanse oplossingen voor Afrikaanse problemen. (...) Als dit boek een ding duidelijk maakt, dan is het dat het westen meer oog zou moeten hebben voor oplossingen die voortkomen uit de Afrikaanse traditie, in plaats van het zinloos blijven exporteren van de eigen modellen. Nieuwsgierig naar zijn bevindingen onderweg, zo'n reis wil ik ook nog wel eens maken, en naar de oplossingen voor de problemen, ben ik aan het boek begonnen. Wat een teleurstelling. Het boek leest als een trein, dat is helemaal waar. Ton's bevindingen onderweg zijn interessant om te lezen en te herlezen. De oplossingen voor de problemen vallen helaas tegen.

Ik ben teleurgesteld in “de Afrikaanse oplossingen voor de Afrikaanse problemen". Tijdens het lezen zat mijn irritatie vooral in het niveau van de "oplossingen". Dat heb ik ook als ik naar BNR Talkradio of Standpunt NL luister. Luisteraars bellen dan naar aanleiding van een stelling. Veel mening, weinig nuance of kennis.

Ton beschrijft de teloorgang van een deel van Namibië. Het ecosysteem in de omgeving van Solitaire gaat door de aanzwellende stroom toeristen naar de filistijnen’. Hij citeert zijn oude vriend Moose: “ ‘De woestijn kan niet veel meer hebben. Ik geef het nog een paar jaar’, zegt hij. ‘Dan is het water op. Dan zijn de dieren weg, dan is de Namib een groot vuilnisvat. De toeristen willen dan niet meer komen. Ze trekken verder, naar het volgende stukje ongerepte aarde.’ “ (69) “De blanken, denk ik even later bij mezelf terwijl ik wegrijd (...) De goede en de slechte, wat heeft Afrika er ooit aan gehad?” (80) Op grond van deze overpeinzingen komt de auteur vervolgens tot ‘het vermoeden dat Afrika zijn eigen weg moet gaan’ en dat wij naar huis moeten. Hij staat, hoe ironisch, nog maar aan het begin van zijn reis.
Op een keer vraagt hij om de gratis condooms waar hij recht op heeft bij zijn biertje. Een idee van de lokale overheid om besmetting met HIV te voorkomen. De verbaasde reactie van de bardame spreekt boekdelen, niemand vraagt er ooit om. In Botswana hebben ze blijkbaar andere oplossingen voor besmetting met HIV. In Zuidelijk Afrika denkt men dat seks met een maagd genezend werkt.
In Zimbabwe spreekt hij met Sela Molela, eigenaar van een restaurant. “De andere stammen noemen ons in hun taal de Lemba. Dat betekent weigeren. Omdat we weigeren varkensvlees te eten, andere goden te aanbidden, aan hun hekserij mee te doen. Eigenlijk is dat weigeren de sleutel tot ons succes, want wij weigeren ook om te liegen, te bedriegen, te stelen en te moorden en om te kopen.” (123) Klinkt goed: integreren, maar niet assimileren. Daar heb je wel een levensovertuiging met een strikte gedragscode voor nodig. En dat blijkt te kloppen” Sela is van Joodse komaf. Een Aziatische oplossing. Even later spreekt hij iemand die overtuigd is dat vermenging van rassen de oplossing is voor Afrika. Met familie maak je immers geen oorlog, stelt hij.
“Het komt allemaal door de grenzen.” Met Ahmed en Abdul, twee Somaliërs in Mozambique, is hij in gesprek over de door de Kolonisten getrokken grenzen in delen van Afrika. Toen de westerse mogendheden zich terug trokken uit Afrika ging het fout. Volken werden over meerdere staten verdeeld. Neem nou de Toearegs, een nomadenvolk, leven al tweeduizend jaar in de Sahara. Hun grondgebied werd over zes staten verdeeld. Zo zijn er talloze voorbeelden te geven. Het gevolg is veel oorlog en strijd. “ ‘Zolang het probleem van de grenzen niet wordt opgelost, zal er altijd oorlog zijn in Afrika’, zegt Ahmed fel. ‘Daar geven jullie ons de schuld van. Maar hij ligt bij jullie zelf. En wij zijn er de dupe van.’ “ (145/ 146) Als Ahmed gelijk heeft, wat is hier dan een oplossing?
In een hotel in Tanzania drinkt hij op het terras een biertje met ene Julius Marimbe, een leraar. “Doordat Nyerere het Swahili verplicht stelde op alle scholen en het uitriep tot onze nationale taal, zijn wij verlost van de vloek van het tribalisme.” (192) Inmiddels wordt de taal gesproken door vijftig miljoen mensen, terwijl de etnische Swahili maar uit een half miljoen mensen bestaat. Inderdaad een succesvolle oplossing.
In Kenia ontdekt de auteur dat de nationale overheid en de Masaai een conflict hebben over het beheer van een stuk oerbos. De Masaai hebben dat eeuwen lang op een ecologisch verantwoorde manier beheerd. Er is sprake van een grote biodiversiteit die uniek is: vele soorten planten, insecten en vogels die alleen nog daar voorkomen. De Keniase overheid wil er een natuurpark van maken. De Masaai vertrouwen de overheid niet op dit punt, kleinschalig toerisme is waarschijnlijk onvermijdelijk, dat beseffen ze zich wel. Als de overheid van hun bos een natuurpark maakt, zo hebben ze in een ander bos gezien, komt er grootschalig toerisme en dat zal desastreuze gevolgen hebben.

Denken in termen van problemen en oplossingen is helemaal niet de weg, realiseer ik me als ik het boek uit heb. Rationele rijke ‘westerlingen’ uit de VS en Europa denken in termen van problemen en/of oplossingen. Afrika had geen probleem totdat de Europeanen kwamen, dus enige bescheidenheid zou ons sieren, als we schermen met oplossingen of problemen. Laten we onze eigen problemen maar oplossen, de kredietcrisis is al ingewikkeld genoeg. Het westen is moreel bankroet, niet alleen als we spreken over de uitzichtloze armoede in Afrika.
“De grootste afstand ter wereld, is die tussen het hoofd en het hart.” Dat is één van de wijsheden van mevrouw Chikulamayembe uit Malawi, die het boek sieren. Deze uitspraak sterkt me in de opvatting dat de problemen van het hart alleen opgelost kunnen worden met oplossingen ‘vanuit het hart’ en niet met (onze) oplossingen ‘vanuit het hoofd’. Als een vriend lijdt aan een catastrofale gebeurtenis in zijn leven, sturen we hem toch ook niet weg met rationele oplossingen? Je echte vrienden leer je in nood kennen.
Ton beschrijft twee projecten van vrouwen die elkaar helpen op basis van solidariteit. Ze hebben geen geld of beleid van anderen nodig. Ze redden zichzelf wel. De Zuid-Afrikaanse verpleegster die in Soweto seropositieve meisjes helpt. Een zoeloe-filosofie is haar levensbeschouwelijke basis. Een vrouwengemeenschap in Ethiopië. Wuablem Teferere en haar lotgenoten (zij zijn op de een of andere manier slachtoffer van hun mannen) ondersteunen elkaar in werk en leven. Als dit geen voorbeelden van ‘oplossingen vanuit het hart’ zijn.

Ton van der Lee, De Afrikaanse weg. Van Kaapstad tot Caïro. Amsterdam 2008. 

 

Laatst vernieuwd: 12-06-2009 om 08:38

Terug