
Succes is een geschenk. |
| Geplaatst door Kees op 12-06-2009 |
| wat mij in leven en werk bezig houdt > leiderschap |
Eerder besprak ik hier zijn voorgaande boek “Intuïtie.” Gladwell haalt in deel I van zijn boek een aantal heilige huisjes om. Hij concludeert:
Succes volgt een voorspelbare route;
De slimste heeft niet het meeste succes;
Succes is een geschenk, het heeft weinig te maken met doelgericht handelen of juiste beslissingen nemen.
“Uitblinkers zijn degenen die een kans hebben gekregen - en die de kracht en tegenwoordigheid van geest hadden om die kans met beide handen aan te grijpen.” (293/4)
De route van succes
Gladwell schrijft dat succes samenhangt met passie, talent, hard werken en toeval. Een voorbeeld van toeval is het moment van geboorte van hockey spelers in de Canadese competitie. De datum voor selectie van talenten ligt op 1 januari, dus als je als jong talentje geboren bent in het eerste kwartaal heb je grote voordelen ten opzichte van teamgenoten die in het derde en vierde kwartaal geboren zijn. Je bent immers groter en sterker. Na selectie in programma’s voor talenten wordt dat voordeel nog groter: training en begeleiding is beter en intensiever. Bovendien speel je dan meer en op een uitdagender niveau wedstrijden dan de niet geselecteerde (iets jongere) leeftijdgenoten.
Succes is ook gebruik maken van de kansen die je krijgt door veel en hard te werken. Eén van de voorbeelden die Gladwell hiervan geeft, is de betekenis van de Hamburgse periode van de Beatles. Tussen 1960 en 1962 traden ze daar in vijf relatief korte periodes 1200 keer live op. Vaak zes tot acht uur achterelkaar, zeven dagen per week. In Hamburg ligt de basis van hun succes: “Ze leerden niet alleen uithoudingsvermogen. Ze moesten een enorm aantal nummers leren: covers van alles wat je kunt bedenken, niet alleen rock-’n-roll, maar ook wat jazz. Vóór die tijd hadden ze helemaal geen podiumdiscipline. Maar toen ze terugkwamen, klonken ze als niemand anders. Dat was de basis van hun succes.” (59)
Gladwell bespreekt ook de kansen die Joy (Sun), Jobs (Apple) en Gates (Microsoft) grepen, ze kregen de kans om al aan het einde van de jaren ’60 veel te programmeren, zodat ze een voorsprong hadden op anderen die eerder of later geboren werden, minder passie/talent hadden en niet bereid waren zo hard en veel te werken. Gladwell introduceert in verband hiermee de ‘tienduizend uren regel’. Dat is de tijd die je volgens hem nodig hebt om voldoende ervaring op te doen. Dat is ongeveer 5 jaar lang veertig uur per week.
De slimste heeft niet het meeste succes.
Chris Langan is hiervan een voorbeeld. Sinds zijn optreden in “1 tegen 100” is hij een bekend genie in de VS. Langan heeft een IQ van 195, dat is veel, ter vergelijking: Einstein had een IQ van ‘maar’ 160 en een gemiddeld mens zit daar op 100 ruim onder.
Langan afkomstig uit een een sociaal zwak gezin had echter weinig succes. Door pech en gebrek aan steun van docenten heeft hij geen academische opleiding afgerond. “Elke ervaring die hij ooit buiten zijn eigen geest had gehad, was in frustratie geëindigd. Hij wist dat hij beter door de wereld zou moeten navigeren, maar hij wist niet hoe. (...) Hij moest zijn weg alleen vinden, en niemand, geen rockster, beroepssporter, softwaremiljardair of genie kan zijn weg ooit alleen vinden.” (129) IQ is dus geen voorspeller van succes. Boven een bepaalde drempel speelt IQ verder geen rol van betekenis meer.
Op YouTube vind je een interview met Langan. Als je geïnteresseerd bent in zijn theorie, lees dan meer op zijn site.
Succes is een geschenk.
Gladwell beschrijft drie lessen in de categorie mazzel hebben: cultuur, demografie en betekenisvol werk.
Joodse advocaten, meestal kinderen van Oost Europese immigranten, kregen in de jaren zestig geen kans bij de gerenommeerde advocaten kantoren. Die namen alleen personeel uit hun eigen kringen aan. Dus gingen de joodse advocaten zich noodgedwongen specialiseren in een niche die de ouderwetse kantoren niet wilden: vijandige overnames. Toen die markt vanaf 1975 groeide, bleek dat ze op dat terrein een enorme voorsprong hadden. De ouderwetse kantoren hadden het nakijken. De niche advocaten hadden geluk en grepen de kans die ze kregen met beide handen aan.
Ook demografische factoren kunnen van doorslaggevende betekenis voor succes zijn. Als je als kind geboren wordt in een ‘demografisch dal’, in een kleine generatie, is de onderlinge competitie geringer en zijn er meer voorzieningen (universiteiten, laboratoria en docenten) beschikbaar dan in generaties waarin veel kinderen geboren worden.
Kinderen van ouders met betekenisvol werk is ook een factor aan de mazzel kant. Deze kinderen blijken namelijk veel kans op succes te hebben. Gladwell beschrijft de joodse immigranten uit Oost Europa die aan het begin van de vorige eeuw naar de VS kwamen. Meestal vaklui die handel dreven: kruideniers, juweliers, horlogemakers en kledinghandelaars. Opvallend veel joodse immigranten van deze generatie waren actief in de kledinghandel als kleermaker, naaister, hoedenmaker, bontwerker of leerlooier. Hun kinderen ‘klommen op’ en werden over het algemeen arts of advocaat.
Ik besprak deel I van Malcolm Gladwell, "Uitblinkers. Waarom sommige mensen succes hebben en andere niet". Voor meer info over het boek.
Laatst vernieuwd: 12-06-2009 om 08:53
Terug