
Met een zaklamp zoeken naar waar het donker is. Dat wat je aandacht geeft groeit. |
| Geplaatst door Kees op 10-06-2009 |
| wat mij in leven en werk bezig houdt > leiderschap |
Je bent met een van je eerste rijlessen bezig. Je rijdt op een drukke weg en er komt een grote en brede vrachtwagen met een kraanwagen op de oplegger op je af. Hij rijdt op de andere weghelft in een bocht, waardoor je de weg niet meer kunt overzien. Het lijkt alsof hij recht op je afkomt. Een botsing is niet meer te voorkomen. Van angst zit je als verlamd en hevig zwetend achter het stuur.
Van de oplettende instructeur naast je, leer je dat je als je langs het gevaarte kijkt, er niets aan de hand is. Door je aandacht te verplaatsen leer je ‘het probleem’ op te lossen. Dit soort inzichten en vooral veel oefenen maakt dat je op den duur kunt auto rijden zonder erbij na te denken.
Volledige aandacht hebben voor iets, betekent dat je lichaam en geest richt op iets of iemand. Een persoon of een voorwerp tegenover je of een emotie, oordeel, droom of gedachte in jezelf. Als je volledig aandacht hebt voor iets binnen of buiten jezelf, neem je dat gegeven pas echt serieus. Dat wat je aandacht geeft, groeit.
“It is like asking a flashlight in a dark room to search around for something that has no light shining upon it. The flashlight ... would have to conclude that there is light everywhere.” - Julian Jaynes.
Een wetenschapper streeft over het algemeen naar objectiviteit en werkt met, mede door zijn soortgenoten, geaccepteerde rationele methodes, zodat de uitkomsten van het onderzoek door collega’s te verifiëren zijn. Deze manier van werken is op niveau van ‘het persoonlijke’ onbevredigend. Als je bang bent voor een botsing heb je even niets aan de wetenschap. Als je leert spelen met aandacht kom je een stap verder. Op het persoonlijke niveau is aandacht wat de rationele methodiek is in de wetenschap.
In trainingen met leidinggevenden ontmoet ik vaak mensen die van zichzelf dominant zijn en in feedback te horen krijgen dat ze dat eens wat minder moeten zijn. Ze gaan dan tijdens vergaderingen op hun handen zitten en noemen dat ‘ruimte geven’ aan anderen. In feite verleggen ze hun aandacht. Eerst waren ze vooral met de inhoud of hun eigen aan die inhoud gerelateerde overtuigingen bezig. Nu is de aandacht gericht op dat wat ze moeilijk vinden. Dat werkt niet. Het is moeilijk omdat het negatief geladen is en tegen de persoonlijke kracht ingaat. Als ze dat in het verkeer doen (alle aandacht op ‘het probleem’) krijgen ze onvermijdelijk botsingen.
Ergens in vastlopen en vervolgens alle aandacht richten op wat je niet kunt en daarom(!) moet leren. Het enige advies dat je serieus moet nemen: de oplossingen van anderen werken niet voor jou.
De methode van de kernkwadranten is trouwens een voorbeeld van deze manier van denken. Teveel van je kwaliteiten is een valkuil (in de ogen van anderen) en de uitdaging (in de ogen van anderen) is er om de balans weer te herstellen. Toepassen van een rationele methode op het persoonlijke niveau. Een pijnlijk misverstand.
Als een vis in een fuik zwemt is doorzwemmen geen optie. Niets doen trouwens ook niet. In beide gevallen zit ie vast.Terugzwemmen en langs de fuik kijken om aan de dreigende beknelling te ontsnappen. Dat is de oplossing voor de vis. In mensentaal: weer in je kracht gaan staan en de aandacht verleggen naar de omgeving. De oplossing zit ‘m dus niet in het iets of niets doen. De oplossing zit ‘m in weten wat je met je aandacht moet doen. Er is altijd meer ruimte buiten het probleem dan er binnen het probleem is.
Ingewikkeld zelfonderzoek om te verklaren wat er aan de hand is. Niet nodig. Evenals therapie die ontleent is aan de wetenschappelijke analyse van zieke mensen. Niet nodig. Uitkomsten van experimenten in het laboratorium, helpen niet. Je aandacht goed richten is een weg uit de dreigende beknelling. Of zoals G.S. Brown het formuleerde:
“To arrive at the simplest truth, as Newton knew and practised, requires years of contemplation. Not activity. Not reasoning. Not calculating. Not busy behaviour of any kind. Not reading. Not talking. Not making an effort. Not thinking. Simply bearing in mind what is is that one needs to know.”
Goed autorijden leer je pas na het examen. Door veel te oefenen ontwikkel je een niveau waarop je niet meer hoeft na te denken bij wat je doet. Dat is bij vaardigheden en gedrag altijd zo. Als je een vaardigheid goed kunt, is nadenken zelfs een handicap. Een voetballer die de techniek voldoende beheerst, kan zijn aandacht verleggen van de bal aan zijn voeten naar de omgeving. Dan pas kan hij van waarde zijn voor zijn team. “Je gaat het zien als je het door hebt” in het jargon van Cruijff.
De citaten van Brown en Jaynes ontleende ik aan Ap Dijksterhuis, Het slimme onbewuste. Denken met gevoel. Amsterdam 2008. Meer over aandacht vind je in Senge e.a., Presence. Exploring profound change in people, organizations and society. London 2007.
Laatst vernieuwd: 10-06-2009 om 16:09
Terug