
Inclusieve Communicatie. Productief omgaan met (escalerende) emoties en gedachten. |
| Geplaatst door Kees op 14-04-2010 |
| wat mij in leven en werk bezig houdt > individuele vragen |
Om te beginnen.
De boodschap van Rosenberg, beschouw ik als een voorbeeld van Inclusief Denken (Boerwinkel), daarom gebruik ik vanaf heden het begrip Inclusieve Communicatie. Dat is minder normatief dan het label Geweldloze Communicatie. Bevalt mij beter.
Inclusief?
De vijf elementen van inclusieve communicatie:
Communicatie van hart tot hart omvat volgens Rosenberg vijf elementen: waarneming (1), gevoelens (2), behoeften (3), verzoek (4) en mededogen (5). Dit doet mij denken aan de operationele omschrijving van feedback in de vorm van de vier G’s: gedrag, gevoel, gevolg en gewenst gedrag.
De meerwaarde van Rosenberg zit voor mij in de rol die mededogen in zijn methodiek speelt. Veel feedback is niet anders dan een (operationeel) advies omtrent gedrag. Vaak ontbreekt mededogen in de feedback die we geven en ervaart de ander veel strengheid over het onvolkomen gedrag dat we ‘bekritiseren’. Inclusieve Communicatie is (interactieve) feedback van hart tot hart.
Het eerste element uit de methode van Interactieve Communicatie is waarnemen zonder oordelen. Wie een oordeel combineert met een waarneming kan tegenwind verwachten, omdat zijn interventie als kritiek wordt ervaren. Het is een kunst om specifiek te zijn (tijd, context) in het waarnemen. Het oordeel intern serieus te nemen, maar niet uit te spreken naar de ander.
Het tweede element is uiten van gevoelens. Wat voel je? Dat is voor velen een moeilijk te beantwoorden vraag. Mensen zijn gewend te interpreteren (oordelen, analyseren) als ze een dergelijke vraag krijgen. Wie kwetsbaar durft te zijn, voelt en zich over zijn gevoelens uitspreekt, zal mededogen van de ander ervaren, want er is contact. Kwetsbaarheid is een kracht.
Het derde element is onderkennen van de behoeften achter onze gevoelens. Hier voegt Rosenberg meerwaarde toe t.o.v. het model van feedback, hier begint namelijk het proces van mededogen.
Wat anderen zeggen of doen kan aanleiding nooit de oorzaak van onze gevoelens zijn. Interpretaties (oordelen, analyseren) komen voort uit niet-onderkende en onvervulde behoeften. Hoe directer we onze eigen gevoelens en behoeften kunnen verbinden hoe makkelijker het wordt om met mededogen te reageren. En omgekeerd is ook waar: “Als we onze behoeften niet op waarde schatten, zullen anderen dat waarschijnlijk ook niet doen.” (73)
Concreter geformuleerd. Als iemand zich uitspreekt of handelt op een manier die ons niet bevalt kunnen we op twee manieren reageren: door iemand (onszelf of de ander) de schuld te geven en door bewust te zijn van actuele gevoelens en behoeften bij onszelf en bij de ander. Het tweede is vanzelfsprekend veel productiever dan het eerste, omdat we dan zelf verantwoordelijkheid nemen en niet apathisch bijven bij het vaststellen van de schuld van de ander.
Het vierde element in de methodiek van Rosenberg is verzoeken doen. Tips die hij daarbij geeft: gebruik actietaal (hoe concreet is je vraag?), wees je bewust van het doel van het verzoek (waarom wil je het eigenlijk?) en leef je in (wat zijn de gevoelens van de ander?). Alleen als je met mededogen duidelijk bent, krijg je wat je vraagt.
De eerste vier elementen zijn praktisch en actief van aard: waarnemen, voelen, behoeften uiten en een verzoek doen. Het vijfde element is abstracter: “mededogen is een respectvol verstaan van wat anderen ervaren.” (120) Als we weten dat onze intentie zuiver is, we geen verborgen agendapunten hanteren, dan is er sprake van mededogen.
Als we mededogen willen geven, hebben we mededogen nodig. Is dat niet het geval dan is een mentale- of een fysieke time-out een mogelijkheid om escalatie te voorkomen. Zonder mededogen voor onszelf is Geweldloze Communicatie niet mogelijk. Als we de dingen kunnen doen waar we plezier in hebben en ze niet uit angst, schuld, schaamte of plichtsbesef doen, beginnen we met mededogen.
Ik ben boos
In het eerste deel van mijn leven ben ik een expert in boosheid geworden. Verdriet over mijn beleving niet serieus genomen te worden en mijn achterliggende behoefte om iets te betekenen waren meestal de oorzaak van mijn boosheid. Ik ben vaak boos geworden en had er achteraf altijd spijt van, want boosheid maakt meer stuk dan mij lief is.
Rosenberg maakt duidelijk dat boze mensen aanleiding en oorzaak van hun boosheid verwarren. In boosheid leggen we de oorzaak van ons gevoel bij een ander, de persoon waarop we boos zijn. Een ander kan alleen aanleiding zijn van onze boosheid, niet oorzaak, want we zijn zelf de oorzaak van ons gevoel. Heel verhelderend.
Boosheid is trouwens vaak moeilijk te herkennen, omdat het passief van aard is. Het is een kwestie van goed luisteren naar wat mensen zeggen. Er is bijvoorbeeld sprake van verkapte boosheid als mensen het werkwoord moeten gebruiken als ze iets graag willen; “ik heb het gevoel dat ...” zeggen als ze iets waarnemen of ervaren; een verlangen als een eis formuleren; en in eufemistisch taalgebruik als in iemand ‘verdient’ straf.
Rosenberg onderscheidt vier stappen om boosheid te uiten: Stop, haal adem (1); herken het oordeel of de gedachte (2); maak contact met je behoefte (3); en uit je gevoelens en onvervulde behoefte (4). Dat sluit heel goed aan op het voorgaande.
Waarom het zo zinvol is om zorgvuldig met boosheid om te gaan, maakt het volgende citaat duidelijk. “Geweld komt voort uit de opvatting dat anderen de oorzaak zijn van onze pijn en daarom dienen te worden gestraft.” (161) Geweld komt direct voort uit boosheid.
Ik herlas de ‘nieuwe, uitgebreide en volledig herziene editie’ van het boek dat voor het eerst in de jaren ’70 verscheen. Het meest recente boek uit de literatuurlijst is van 1988. Daar is dus de herziening niet in gaan zitten. Ook de sfeer van jaren ’70 is niet verdwenen met deze editie. Een kniesoor die daarom het boek niet leest. De boodschap staat voor mij nog steeds als een huis.
Marshall B. Rosenberg, Geweldloze Communicatie. (Rotterdam 2009)
Feitse Boerwinkel, Inclusief Denken. Een andere tijd vraagt een ander denken. (Bussum 1966) Het boek is niet meer in de handel, maar antiquarisch nog wel te vinden. Zijn denken heeft nog wel navolgers in deze tijd. Op de weblog van Anja Meulenbelt vind je een post over Inclusief Denken.
Laatst vernieuwd: 08-03-2013 om 11:55
Terug