
Experimenteren in Gambia |
| Geplaatst door Kees op 10-06-2009 |
| wat mij in leven en werk bezig houdt > liefde werk oud papier |
In dat programma hebben we vier dagen gewerkt aan twee projecten. We hebben geschilderd in een psychiatrisch ziekenhuis in Banjul (de hoofdstad) en in een dorp (Jalambang) dat meer in het binnenland ligt. Dat was om meerdere redenen een indrukwekkende ervaring. Tussen de activiteiten door gingen we met onszelf aan de slag
De gevangenis.
Samen met patienten muren schilderen in een kliniek die vroeger een gevangenis was. Ik had er bijzondere ontmoetingen. Toen we nog geen vijf minuten binnen waren kwam de Nederlands sprekende Brahim op ons af. Hij heeft met zijn Surinaamse moeder en Gambiaanse vader jaren in Brabant gewoond. Hij is nog steeds voor PSV. Hij werd helemaal blij omdat ze toen bovenaan stonden.
Brahim is schizofreen, dat was mij in het begin niet duidelijk. Ik voelde verwarring: die jongen hoort hier niet, het is niet oke dat hij hier opgesloten zit, hij spreekt de taal niet eens. Het bericht van Brahim’s schizofrenie kwam als een opluchting, hij bleek echt gek. In Nederland laten we dat soort jongens lopen en worden ze dakloos, gaan ze zwerven, hoorde ik later, toen we terug waren in het geciviliseerde Nederland.
Ontmoeting met mezelf.
Schilderen in Gambia is een verhaal apart. De verf is van een andere kwaliteit dan wij gewend zijn. Ze noemen het lime. Het is dun, het druipt als een gek en dekt niet als je ermee bezig bent. Ik zag mezelf weer met water het hek voor ons huis verven, zo mocht ik als jongetje van drie mijn opa (die was echt schilder) helpen.
Schilderen in Gambia leverde me dus een (Noord-Zuid) conflict op: “we willen ze helpen, vragen ze wat we moeten doen, betalen ze om verf te kopen en dan staan we in de brandende zon met water op muren te strijken”.
Na enige tijd blijkt de werkelijkheid genuanceerder. De verf dekt naar onze maatstaven redelijk. Bovendien blijken er andere redenen dan schoonheid te bestaan om wanden te schilderen. Verf desinfecteert en conserveert lemen muren.
Ontmoeting tijdens het eten.
De leiding van het ziekenhuis heeft voor ons een aparte ruimte in gedachten om te eten. Dat willen we niet. We gaan samen met de bewoners eten. Alleen is ons eten van betere kwaliteit dan dat van hen en eten wij met bestek, niet met onze handen zoals zij doen. Ze kijken je het eten dus uit de mond.
Een vrouw 'vraagt' me wel tien keer:"give to me when finish?!" Toen Robin zijn bord even alleen liet, wierp ze zich op het halfvolle bord en was het in een fractie van een seconde leeg.
Hun eigen borden mochten ze niet zelf opscheppen en er was beduidend minder te eten per persoon dan wij op ons bord hadden. Dus toen we de pan niet leeg kregen, konden we (oh opluchting) weer even voor Sinterklaas spelen.
Wie is er nou gek?
Op de tweede dag in de kliniek namen we extra sigaretten mee om uit te delen. Zelfs de meest verstokte niet-rokers in de groep speelden mee. Behalve een tragisch gevoel van opluchting (voor de zoveelste keer) leverde me dat ook wel weer leuke ontmoetingen op. Gambianen, ook als ze gek zijn, hebben gevoel voor humor. En, ik vind ze altijd erg vriendelijk.
Al hebben ze wel gekke opvattingen. Ismaila onze gids, is rasta. Een slanke mooie jongen van begin dertig met van die lange pijpekrullen onder een muts. Type doet geen vlieg kwaad, zou je denken. Maar, de Gambianen hebben een hekel aan rasta’s. “Het zijn dieven en landlopers” vertelt een jongen van tien me. Ik kan mijn oren niet geloven.
Rasta Ismaila en Schizo Brahim konden het overigens goed met elkaar vinden. Ik moest denken aan het oude verhaal van Abraham en Ismael, vader en oudste zoon in een verhaal dat Bijbel en Koran delen. In 2007 waren de rollen omgedraaid, Brahim had hulp nodig. Met de mobiel van Ismaila belde hij zijn vader om geld los te troggelen voor sigaretten. Het is hem waarschijnlijk niet gelukt.
Circus.
Na een dag oponthoud om in de groep aan onszelf te werken, gaan we schilderen in een klein dorpje in het binnenland: Jambalang. Toen we in de loop van de ochtend arriveerden was de ontvangst allerhartelijkst. De schoolkinderen stonden stil te kijken naar de blanken die uit een Jeep kwamen rollen. Een ontvangst zoals je die voorstelt bij Afrika: drums en dans. En wij maar dansen ... als blanken in Afrika. De film is het bewijs, het ziet er niet uit.
Twee dagen trok er een stoet van blanke dwazen door het dorp, als circus Jeroen Bosch. We hebben heel wat huizen gewit. Onderweg ravottend met de schooljongens en kinderen die ons hielpen. De kleinsten overwonnen gaandeweg hun schroom en komen steeds dichterbij. Grappig om te zien dat ze niet zo gewend zijn aan blanken. Ik weet nu hoe de eerste bruine landgenoten zich gevoeld moeten hebben.
Toch is er sprake van een ontwikkeling. In het begin heten we allemaal Toebab, zoals iedere blanke en na verloop van tijd, noemen steeds meer dorpelingen ons bij de naam. Het valt me op dat niet veel mannen meehelpen, die hebben blijkbaar andere dingen te doen, staan de hele tijd te kijken of rusten uit. Ze vertellen wel duizend keer in alle toonaarden hoe dankbaar ze zijn. Dat geloof ik, maar toch blijft een klein Noord-Zuid vraagstuk me achtervolgen.
De nacht.
We hebben in Jambalang bij de plaatselijke bevolking overnacht. Het was afzien, maar ik had het niet willen missen. Wat een gastvrijheid en een warmte. In hun armoede delen ze wat ze hebben. Maken van thee is een hele ceremonie van water op houtskool koken en met suiker, vanillesuiker en theebladeren mixen. Na veel schudden en heen en weer gieten in kleine glaasjes en het theepotje is het genieten geblazen. Ondanks dat er twee keer zoveel suiker als thee ingaat, smaakt het heerlijk. De thee heet in de verpakking nog gunpowder, na bewerking is het een moord waard: Attaya.
Ze hebben in Jambalang, zoals bijna overal in het binnenlang, geen electra en warm stromend water, dus ook geen toilet of douche. Een gieter, om je handen, voeten en gezicht schoon te maken. Een emmer om de voorraad in de gieter aan te vullen. De wc is in het meest luxe geval een gat in de grond omgeven door een schutting van riet. Anders doe je het maar gewoon op een steen in de tuin.
Hele families wonen samen in langwerpige huizen, compound geheten. Ieder gezin heeft een eigen ingang, een voorkamer en een achterkamer. Bij uitbreiding, als een man gaat trouwen komt zijn nieuwe vrouw erbij, bouwen ze er gewoon een stuk aanvast. Muren van leem en een golfplaat erop bij wijze van dak. In de compund waar ik sliep wonen (groot-) ouders en de gezinnen van twee broers. Aan de achterkant van het huis geven kleine tuintjes ruimte aan privacy van de verschillende gezinnen. Ook om de was op te hangen!
De nacht was koud, aardedonker, de stilte overdovend en de sterren waanzinnig helder. Alleen dat is al een belevenis. Jammer dat ik zo moe was van het lichamelijke werk. Ook voelde ik dat intussen allerlei kleine criminelen bezit begonnen te nemen van mijn ingewanden. Iets verdachts gegeten of iets verkeerd gedaan met mijn handen? Ik ga dus maar op tijd slapen.
Terug naar de basis.
Weer terug in het hotel geniet ik van die kleine dingen die in het hotel eerst zo gewoon waren. Eerst bevrijd ik mijn darmen van de ongenoodde gasten en neem ik een duik in zee om alle stof uit mijn porien te wassen. Daarna een biertje en de keelpijn van het stof verdwijnt als sneeuw voor de zon.
Om de schilderactiviteiten in Jambalang en in de kliniek heen, hebben we drie dagen gewerkt aan onszelf. We zijn begonnen met de leerdoelen en de gebruikelijke feedback en verdieping daarbij. Tussendoor korte gesprekken over de voortgang, een dag met opdrachten passend bij de leerdoelen en een evaluatie aan het einde. Het is tenslotte leren en werken, persoonlijk ontwikkelen en goed doen in ons Gambia programma.
Ik wil niet vergeten van Harry te vertellen. Hij begon de week als een bescheiden jongen die het moeilijk vindt om zichzelf te laten zien. Hij deinst ervoor terug voluit te gaan en voelt zich nogal eens onbegrepen. Harry wil meer impact maken. Hij is een rationalist, werkt als jurist voor een commerciele detacheerder, is niet gewend stil te staan bij zijn gevoel.Deze reis is de eerste opleiding waarin ie zelf centraal staat. Bovendien gaat ie voor het eerst van zijn leven naar een bestemming buiten Europa.
Na de eerste dag in het ziekenhuis is hij kritisch en benoemt hij allerlei zaken om hem heen die niet kloppen: de verf die we gebruiken, de infrastructuur in Gambia, het programma. Later in de week neemt hij meer initiatief, vertelt hoe hij zich voelt en gaat genieten van hoe het is. Hij is in deze week tien centimeter gegroeid lijkt het wel. Hoe dat komt? Hij heeft een onmogelijke opdracht uitgevoerd.
Midden in de week, heeft iedereen een persoonlijke opdracht uitgevoerd, die de anderen bedacht hebben. Deze opdracht is om te oefenen met dat wat de betreffende persoon leren wil. Harry moest van ons naar een marktplaats in de buurt van het hotel, met de taxi een half uur rijden en daar een souvenir voor zichzelf uitzoeken. Hij mocht voor de taxi naar de markt en de aanschaf van het cadeau geen geld uitgeven. Dat leek ons een onmogelijke opdracht, die hij maar beter kon weigeren uit te voeren. Dat zou hem innerlijke strijd geven en het overwinnen daarvan, kon niet anders dan tot weigering van de opdracht leiden. Dan is ie geslaagd zeiden we tegen elkaar.
Harry reageerde anders. Hij vroeg nog een keer wat nou precies de bedoeling was en trok zich hardop pratend in zichzelf terug. “Hij gaat het toch niet echt doen, maar Harry was al opweg.” We kwamen hem tegen op de markt, voluit genietend van de overwinning, met allemaal mensen om hem heen. Hij heeft er twee uur over gedaan om er te komen: uitleggen wat ie wilde, wat de opdracht was, onderhandelen. Hij had een ruil bedacht met de juiceseller aan het strand. Hij investeerde een bedrag voor fruitjuice door hem af te nemen in de rest van de week in ruil voor een taxi en souvenir. We hadden de rest van de week de beste jus bij het ontbijt, dankzij Harry.
Laatst vernieuwd: 18-04-2012 om 17:42
Terug