klik hier om u te abonneren via de RSS-feed

Een goed gesprek kan alleen in de vrije ruimte.

Geplaatst door Kees op 06-07-2010
wat mij in leven en werk bezig houdt > leiderschap

Een goed gesprek en de vrije ruimte. 

Het van oorsprong Griekse woord school betekent ‘vrije ruimte’. Iedere leercontext is alleen kansrijk als het een vrije ruimte is. De lerende krijgt de ruimte om zelf initiatief te nemen en verantwoordelijk te zijn voor inhoud, doel en strategie van de leerwens. Leren is zelf kennis en ervaring produceren. Leren is ook de persoonlijkheid ontwikkelen, tot de kern komen.

In de vrije ruimte komen leerlingen en leraren met elkaar in gesprek. Het gesprek is geen doel, maar een middel om een leerproces te starten en te onderhouden. In dat gesprek zijn vier perspectieven mogelijk, volgens Kessels:

De eerste vorm van gesprek is de conversatie. Het is een door conventies gestuurde samenspraak waarbij de deelnemers op elkaar reageren. De tweede vorm van gesprek is het debat. Dat is een door frictie gestuurd spreken om door op elkaar te reageren het eigen standpunt te verstevigen. De derde vorm van gesprek is de dialoog. Dat is een door (zelf-) onderzoek gestuurd spreken tot elkaar dat (zelf-) reflectie tot doel heeft. De vierde vorm van gesprek is creativiteit. Dat is een door flow gestuurde samenspraak waarbij de deelnemers samen reflecteren. (pag. 30)

Van de vier vormen van gesprek die Kessels c.s. onderscheiden, vind ik de vierde niet helemaal bevredigend. Ik zou onderscheid maken tussen een (interne) dialoog, waarin (zelf-) onderzoek in gesprek gebracht wordt, en een spiritueel gesprek, waarbij flow, creativiteit of liefde ontstaan in en tussen de deelnemers aan het gesprek. Bernard noemt dit een Goed Gesprek en werkt het uit in zeven principes. 

Om misverstanden te voorkomen: een spiritueel gesprek hoeft geen spiritueel onderwerp te hebben. Deze vorm van dialoog kan inhoudelijk over van alles gaan, de ervaring van liefde, creativiteit of flow onderscheidt dit gesprek van de (interne-) dialoog. Het gaat bijvoorbeeld om een onderwerp waarbij je besef van tijd en ruimte verliest.

Deelnemers in een spiritueel gesprek ervaren dus een extra dimensie boven de (interne-) dialoog die gericht is op zelfonderzoek. Zoals het debat een extra dimensie geeft aan de conversatie: de verschillen worden op scherp gezet. Een debat daagt de conventie uit.

Een (interne-) dialoog kan een gesprek zijn tussen een leerling en een docent of tussen een cliënt en een coach; er kan sprake zijn van een functionele ongelijkheid in kennis/ervaring of ongelijkwaardigheid in macht/invloed. Deelnemers in een spiritueel gesprek zijn per definitie gelijkwaardig en handelen vanuit een attitude van wederkerigheid.

Een (interne-) dialoog en een spiritueel gesprek kunnen alleen in de vrije ruimte plaats vinden, beiden zijn immers gevolg van een persoonlijke of collectieve ontwikkel-, groei-, leer of verander-wens. Conversatie en debat kunnen in de publieke ruimte plaats vinden, zij zijn geen instrument van diep leren, maar van vorm, standpunt of beslissing.

Een (interne-) dialoog en een spiritueel gesprek hebben tenslotte als kenmerk dat ze de rede zoeken en afzien van oplossingen en besluiten. Deelnemers stellen zich open voor het anders zijn van de ander. Deelnemers kunnen leven met de permanente twijfel aan juistheid, waarheid en waarachtigheid van uitspraken; ze kunnen daarbij vragen stellen en zijn bereid alle persoonlijke redenen en motieven te onderzoeken.

Een vraag beantwoorden òf je verantwoorden?! 

Kessels c.s. introduceren Max Frisch (pag. 64) die stelt dat niet het beantwoorden van (levens-) vragen, maar je verantwoorden tegenover levensvragen van belang is. Bij de beantwoording van een (levens-) vraag is betrokkenheid niet nodig. Je geeft inhoudelijk antwoord, je geeft aan dat je het niet weet, dat het je niet interesseert of je verwijst door naar iemand die het wel weet. Bij de verantwoording van een levensvraag ervaar je een verplichting als gevolg van integriteit of waarachtigheid. Levensvragen zijn lastige vragen; je kunt en wilt je er niet aan onttrekken.

Bij de beantwoording van een (levens-) vraag is het antwoord het einde van het onderzoek. Er is voorlopig geen noodzaak tot verder onderzoek, want de feiten liggen op tafel of worden bestreden. Een debat (geen dialoog) kan de voortzetting zijn van het antwoord. Bij de verantwoording van een levensvraag, blijft de vraag bestaan. Er is geen reden om te stoppen met (zelf-) onderzoek en spreken daarover of om in debat te gaan. De verantwoording van de levensvraag heeft geen doel of resultaat buiten zichzelf. De verantwoording van een levensvraag in een (interne-) dialoog of spiritueel gesprek is een doel op zich.

Ik las van Jos Kessels e.a.: Vrije Ruimte. Filosoferen in organisaties. Amsterdam 2007-4  Het boek kent ook een gedeelte met praktische instrumenten om gesprekken in organisaties te voeren. Van harte aanbevolen.

Laatst vernieuwd: 12-07-2010 om 14:38

Terug