
De kunst van het ouder worden. |
| Geplaatst door Kees op 21-11-2010 |
| wat mij in leven en werk bezig houdt > individuele vragen |
Ik lees al een paar maanden in Joep Dohmen en Jan Baars (red.), De kunst van het ouder worden. De grote filosofen over ouderdom. Amsterdam 2010. Het is namelijk geen boek om één ruk uit te lezen. Niet alleen omdat het een dik boek is. Het is ook een rijk boek. Daarom lees ik het stukje voor stukje. Ik kom zo veel moois tegen. Dat krijg ik er niet allemaal tegelijk in.
In de inleiding is het al meteen raak. De auteurs citeren Kierkegaard in het spoor van Socrates: “Het leven moet achterwaarts overdacht om voorwaarts geleefd te kunnen worden.” (16) ‘ Ervaring en inzicht kunnen pas groeien als de lichamelijke kracht afneemt’, bedenk ik me, wanneer de auteurs Cicero om de hoek laten kijken. Er moet een samenhang zijn. Als de snelheid afneemt en de fysieke ongemakken toenemen kan de wijsheid pas echt ruimte krijgen. Zou het waar zijn?
Ik kom in de inleiding ook slordigheden tegen. Bij de bespreking van het christendom spreken ze op een smalle manier over een christelijk mensbeeld, waarin vooral calvinistische protestanten zich wel zullen herkennen. Ze spreken in jubeltonen over humanistische denkers, zoals Petrarca, zodat duidelijk wordt welke bril de heren hanteren. Dat geeft niet, maar is wel goed om te weten.
Ook bij de bespreking van Goethe is de bewondering en de daarmee gepaard gaande identificatie groot. “Hoe anders en hoeveel vitaler werkt de romantische aansluiting op de natuur door bij iemand als Goethe. (...) Tot op hoge leeftijd schrijft Goethe fraaie boeken en zoekt hij het gezelschap van aantrekkelijke vrouwen. Ouder worden is dan ook een feest voor de tachtigjarige Johann Wolfgang.” En dat gaat dan nog een alinea zo door.
Wat mij betreft voegt de inleiding van Dohmen en Baars niet zoveel toe. Ik vind het boek een prachtige bloemlezing van filosofische teksten. Daarin schuilt de waarde voor mij. Smullen van mooie teksten.
Dat filosofen soms ook kind zijn van hun tijd, wordt duidelijk bij Solon. “Zo is de rijkdom van een mens: hij kan zijn schatten niet met zich mee de onderwereld meenemen en kan zich niet vrijkopen van dood en ziekte en van de barre ouderdom die nader komt.” Maar gelukkig ... “Je bent niet oud. Zolang je op een jongen in zijn bloei verliefd wordt en naar zijn dijen en zijn zachte mond verlangt.” (39)
Uit de dialogen van Plato weer een ander beeld. “Kijk dikwijls komen wij met een paar mensen van dezelfde leeftijd bij elkaar. (...) En als we daar dan zo bij elkaar zitten, hoor je de meesten eigenlijk voortdurend klagen. Ze hebben heimwee naar hun jeugd en naar het plezier dat ze toen hadden. (...) Maar naar mijn idee, Socrates, zoeken ze de schuld niet waar ze hem moeten zoeken. (...) Zo was ik er een keer bij toen iemand aan de schrijver Sofokles vroeg: ‘Hoe staat het bij u, Sofokles, met de liefde? Bent u nog in staat met een vrouw gemeenschap te hebben?’ ‘Man’, was zijn reactie, ‘praat me er niet van. Ik dank de hemel dat ik daarvan ben verlost. Het is alsof ik aan een dolle, beestachtige dictator ben ontkomen.’ Een voortreffelijk antwoord (...) wanneer je eenmaal oud bent geworden, word je door die emoties tenminste niet meer gekweld. (...) Als iemand sober is en rustig, zal ook de ouderdom voor hem geen grote last zijn.” (47/48)
Ik ben nog maar ruim honderd pagina’s onderweg en ben aan het begin van de middeleeuwen aanbeland. De deugden van de ouderdom, luisteren, vriendelijk zijn ... Hoe komt het nou toch dat dat me wat minder aanspreekt?
Een erg serieus (beetje saai) interview van het Humanistisch Verbond met Joep Dohmen vond ik op You Tube Helaas gaat het meer over de ondertitel (ouderdom) dan over de titel (kunst ...) Het interview met Jan Baars is wat lichter van toon.
Laatst vernieuwd: 08-03-2013 om 11:51
Terug